Fort Anzeling

Hestroff, Rue Bonterre Bockange, D55, Maginotlinie

..

 
>> Fotopagina <<
 

Ouvrage Anzeling is een groot ouvrage in de Maginotlinie dat gelegen is in de sector Boulay. Het is gesitueerd tussen het kleine ouvrage Bousse en het kleine ouvrage Behrenbach. Het is opgebouwd uit twee ingangsblokken, drie gevechtsblokken met infanteriebewapening en vier gevechtsblokken met artilleriebewapening; het heeft ook de langste hoofdgalerij van alle werken in de linie. In een tweede bouwfase, die nooit is uitgevoerd, waren nog negen gevechtsblokken en een anti-tankgracht gepland. Anzeling was nauwelijks betrokken bij gevechtshandelingen in de Tweede Wereldoorlog; tijdens de Koude Oorlog werd het gerenoveerd. In de jaren 70 van de vorige eeuw werd het gedeactiveerd en verkocht voor privé gebruik. De CORF (commissie voor de organisatie van de versterkte regio’s) was de organisatie die toezicht hield op de ontwerpen en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. De bouw van Anzeling werd goedgekeurd in mei 1931.

Het werd gebouwd door La Parisienne d’Entreprises en de bouwkosten bedroegen 122 miljoen FFR. Het grote ouvrage is van het type “fort palmé” (palmboomvormig). De ingangen en de ondergrondse kazerne en magazijnen liggen meer dan een kilometer achter de gevechtsblokken; een lange ondergrondse galerij vormt de verbinding. De “palm” bestaat uit de verspreid liggende gevechtsblokken die met ondergrondse galerijen  met de hoofdgalerij zijn verbonden. Anzeling bestaat uit twee ingangsblokken, drie infanterie- en vier artillerieblokken. De gevechtsblokken zijn door een galerijsysteem van ongeveer 3.000m verbonden met de ingangen, het grote munitiemagazijn en de kazerne ; het is het langste systeem in de Maginotlinie.  De munitie- en manschappeningang liggen ver achter de dichtbij elkaar liggende gevechtsblokken.

Een “M1”munitiemagazijn ligt achter de munitie-ingang; de ondergrondse kazerne ligt bij de splitsing van de ingangsgalerijen. Vanaf dat punt loopt op 30m diepte een lange galerij richting de gevechtsblokken. Het 60cm smalspoor zorgde voor het Intern transport tot aan de gevechtsblokken. Bovengronds verbindt dit smalspoor het ouvrage met bevoorradingspunten en andere ouvrages. Blok 5 heeft een ongebruikelijke opstelling met een 135mm zware mortier in een schietgat en dubbele opstelling in een hefkoepel. Anzeling heeft ook een hefkoepel met een gemengd wapen in blok 9; deze is uitgerust met een dubbele mitrailleur en een 25 mm anti-tankkanon. In het dak zit een 50mm mortier.

    • Blok 1: infanterieblok met twee GFM koepels voor nabijheidverdediging en waarneming, een intrekbare mitrailleurhefkoepel, een schietgat met 37 mm anti-tankkanon in combinatie met een dubbele mitrailleur en een schietgat met een dubbele mitrailleur
    • Blok 2: infanterieblok met een GFM koepel en een hefkoepel voor een dubbele mitrailleur
    • Blok 3: infanterieblok met twee GFM koepels en een hefkoepel met twee 81mm mortieren
    • Blok 4: artillerieblok met een GFM koepel, een koepel voor een granaatwerper en een hefkoepel met twee 75 mm kanonnen
    • Blok 5: artillerieblok met twee GFM koepels, een hefkoepel met twee 135mm zware mortieren en een 135mm mortier in een schietgat.
    • Blok 6 (tweede fase, niet gebouwd): infanterieblok met een hefkoepel voor een dubbele mitrailleur
    • Blok 7: artillerieblok met een GFM koepel en een hefkoepel voor twee 75 mm kanonnen
    • Blok 8: (tweede fase, niet gebouwd): een hefkoepel met twee 75 mm kanonnen
    • Blok 9: infanterieblok met een GFM koepel, een hefkoepel met een gemengd wapen een 50mm mortier, een 47 mm anti-tankkanon in combinatie met een dubbele mitrailleur en een schietgat met een dubbele mitrailleur
    • Blok 10: (tweede fase, niet gebouwd): flankerende kazemat ter verdediging van de anti-tankgracht vergelijkbaar met Hackenberg en Hochwald; niet verbonden door een galerij
    • Blok 11: (tweede fase, niet gebouwd): flankerende kazemat ter verdediging van de anti-tankgracht; niet verbonden door een galerij
    • Blok 12 (tweede fase, niet gebouwd): flankerende kazemat ter verdediging van de anti-tankgracht; niet verbonden door een galerij
    • Blok 15 (tweede fase, niet gebouwd): waarnemingsblok
    • Blok 16 (tweede fase, niet gebouwd): vooruitgeschoven positie
    • Blok 17 (tweede fase, niet gebouwd): vooruitgeschoven positie
    • Blok 18(tweede fase, niet gebouwd):
    • Manschappeningang:, een 37 mm anti-tankkanon in combinatie met een dubbele mitrailleur, twee GFM koepels, een koepel voor een granaatwerper
    • Munitie-ingang(type hellend vlak): een 37 mm anti-tankkanon in combinatie met een dubbele mitrailleur, twee GFM koepel



Anzeling heeft een uniek blok dat dienst doet als schoorsteen voor de elektriciteitscentrale. Dit blok met de bijnaam “Fossé aux ours” of “Berenput” wordt verdedigd door blok 9. In 1939 bestond de bemanning van het ouvrage onder commando van Commandant Guillebot uit 609 soldaten en onderofficieren en 23 officieren van het 162ste Regiment Vesting Infanterie en het 152ste Regiment artillerie (RAP). Deze eenheden waren onderdeel van het 3de Leger van Legergroep 2. Het kazernedorp Bockange was het onderkomen in vredestijd voor Anzeling en de andere posities in de streek. In juni 1940 ondernamen de Duitsers geen pogingen om een directe aanval op dit centrale gedeelte van de Maginotlinie te ondernemen. Het was hen gemakkelijker aan de westkant een omtrekkende beweging te maken en zo de linie aan de achterzijde aan te vallen.

Op 15 juni brak het Duitse 1ste Leger door de linie in het Saargebied en rukte op naar het westen en het oosten, waarbij de Franse legers omsingeld werden. In de nacht van 15 juni waren Duitse patrouilles zeer actief. De posities in de sector Boulay kregen te horen dat ze moesten evacueren en begonnen met voorbereidingen voor sabotage. De volgende dag bleef alles rustig en de evacuatieorder werd ingetrokken. Op 17 juni namen de Duitse patrouille activiteiten toe en Anzeling vuurde op Duitse troepen die zich op het ouvrage Bousse bevonden, waarbij enige schade aan het werk ontstond. In de nacht van 17 op 18 juni verschenen Duitse troepen in de buurt van de blokken 1 en 3 en bij de ingangen. De volgende dag vonden er infiltraties plaats tussen Anzeling en Behrenbach.

Op 19-20 juni kwam Anzeling onder artillerievuur van 105mm en 155mm te liggen. De artillerie van Anzeling steunde de ouvages Denting en Bovenberg. Op 22 juni vertoonde een Duitse delegatie bij de ingang om de overgave van het ouvrages te eisen, hetgeen geweigerd werd. Anzeling verleende vuursteun aan Mont des Welches. Op 23 juni vonden er gedurende de hele dag over en weer beschietingen plaats. De 24ste was een rustige dag onderbroken door vuursteun aan Mont de Welches. Bij wapenstilstand van 25 juni treedt een staakt-het-vuren in werking. Gedurende de volgende dagen worden de mijnenvelden rondom het ouvrage  verwijderd. Na onderhandelingen geeft Anzeling zich op 3 juli over aan de Duitsers. In de daarop volgende jaren wordt het ouvrage gebruikt als ondergrondse fabriek.

Na de tweede wereldoorlog kwam de Maginotlinie opnieuw in de belangstelling te staan als verdedigings tegen een mogelijke Sovjetaanval door Zuid-Duitsland. Er werden kredieten beschikbaar gesteld om de uitrusting en bewapening van de grote ouvrages te herstellen. Er was geen geld genoeg om zwaardere bewapening te installeren, zodat alleen infrastructuur en bewapening verbeterd werden. De commandopost en de kazerne bleven in hun oude staat. In 1956 was Anzeling onderdeel van de Mole de Boulay, een verstrekt punt in de noordoostelijke verdediging tegen een Sovjetaanval. Aan het eind van de jaren 50 van de vorige eeuw begon te de belangstelling voor permanente fortificatie te tanen toen Frankrijk zich ontwikkelde tot een kernmogendheid. Het geld dat beschikbaar was voor onderhoud en verbetering van forten werd meer en meer gebruikt voor de ontwikkeling van nucleaire programma’s. Tot 1972 werd Anzeling onderhouden voor legergebruik en uiteindelijk in de jaren 70 afgestoten.

Rond 1980 werd Anzeling gebruikt voor champignonteelt. Een deel van de uitrusting is overgebracht naar andere ouvrages van de Maginotlinie die opengesteld zijn voor bezoeken.

 

bron: Wikipedia.org

Vertaling: Hans Vermeulen