Fort Koenigsmacker

Basse-Ham, Rue de Fort, Maginotlinie

..

 
>> Fotopagina <<
 
Dit fort is gemakkelijk te vinden. Langs bovenstaande weg loopt een bospad direct naar het fort toe. Zo'n 25 meter van de openbare weg staat een slagboom en allemaal waarschuwingsborden. Je mag het terrein absoluut niet op, zo word in het Frans aangekondigd. Wij beleefden hier heel een spannend moment! Ik had mijn auto vlakbij de openbare weg geparkeerd, bij de slagboom. Toen we het bospad uit hadden gelopen kwamen we bij de toegangspoort van het Fort, en zagen we ineens dat er een donker rode bestelauto met witte strepen op de zijkant bij onze auto stond. Ze waren met 2 personen, net als wij. Toen slagboom ging open, en omdat we geen zin in gezeik hadden zijn we de greppel langs de toegangspoort ingedoken. Daarna kwam de auto nog een keer terug, en hielden we ons in de bossen stil. De personen in de auto zijn daarna weer bij het fort naar ons gaan zoeken. Gelukkig konden we via de zijkant door het bos de openbare weg bereiken en zijn toen vanaf deze weg naar de auto gelopen en ongemerkt weggereden. Toen we 2 rotondes van het fort verwijderd waren kwamen we de gendarmerie tegen, ze keken ons niet aan en reden naar de richting waar we vandaan kwamen. Toeval? We waren blij dat we weg waren, waarschijnlijk hadden ze een waarschuwing gegeven, we weten het niet. Helaas hebben we geen goede foto's van het fort kunnen maken en kan ik hier ook verder niks over vertellen naast de geschiedenis. Ik raad niet af om er heen te gaan, je moet in ieder geval de auto niet bij de slagboom voor aan de weg neer zetten! Met weer een ervaring rijker, gingen we naar de volgende locatie.
 

Het Fort Koenigsmacker(Königsmachern) is een fortificatie die ten nooroosten van Thionville in het departement Moselle ligt. Het werd gebouwd door de Duitsers naast het gelijknamige dorp in de eerste helft van de 20ste eeuw na de Duitse  annexatie van het departement als gevolg van de Duits-Franse oorlog (1870-1871). Koenigsmacker was een onderdeel van de Moselstellung, een groep van elf forten rondom Thionville en Metz, die mogelijke Franse aanval op het geannexeerde Elzas en Lohtaringen moesten tegenhouden. De bouw vond plaatst tussen 1908 en 1914. Het verdedigingssysteem was een nieuw ontwerp dat rekening hield met de vooruitgang van de artillerie.  Het innovatieve van dit ontwerp was de verspreiding en aanpassing aan het landschap. De forten waren bestemd om offensieve operaties van de Duitse strijdkrachten bij een aanval op Frankrijk te ondersteunen.

De Feste Foenigsmacker, de Duitse naam voor dit fort, beschermde tezamen met Fort Guentrange en Fort Illange Thionville tegen een Franse aanval. Door de ligging achter de hoofdfrontlijn gedurende de Eerste Wereldoorlog werd het fort niet bij gevechten betrokken; het was echter een groot obstakel voor de oprukkende Amerikaanse strijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog. Het fort Koenigsmacker ligt ongeveer 4 km ten noordoosten van Thionville op een heuveltop. Het kijkt uit over de saillant die gevormd wordt het bos van Cattenom en de noordelijke rivierovergangen over de Moezel.

Het werd verdedigd door een garnizoen van 1.180 man. Net als Fort Illange heeft Koenigsmacker een pantserbatterij, die oorspronkelijk bewapend was met vier korte 10cm kanonnen in een enkele draaikoepel. De troepen waren gelegerd in vier aparte kazernes die met ondergrondse galerijen verbonden waren met de batterij en de infanterieposities. Aan de zuid- en ookstkant ligt een gracht, die verdedigd werd met een contrescarp en drie caponnieres De verspreiding in het landschap is een belangrijk vernieuwing. Vergeleken met de Franse Séré de Rivères forten uit dezelfde periode lagen de Duitse forten zoals Koenigsmacker verspreid in het landschap en waren ze omgeven met een brede prikkeldraadversperring. Hoewel bepaalde delen als wal tegen een tegenstander fungeerden, was deze omwalling niet doorlopend.

De verspreide ligging wordt goed weergegeven door de Franse naam: Groupe Fortifié de Koenigsmacker (Versterkte groep Koenigsmacker). Deze opstelling werden door de Fransen bestudeerd en verbeterd gebruikt bij de bouw van de Franse Maginotlinie. Koenigsmacker is redelijk compact gebouwd. De vier verspreid liggende kazernes zijn gebouwd in een heuvelrug, zodat de achterzijde beschermd is door een gronddeking; het dak en de voorzijde zijn beschermd door een drie of vier meter dik beton. Bovenop liggen posities voor infanterie. De zuidelijkste kazerne is gebouwd als eenvoudig infanterieonderkomen zonder leefruimten. De batterij heeft dezelfde opbouw en is verbonden met de kazernes door ondergrondse tunnels die een totale lengte van 2.600m hebben. De vier 10cm kanonnen werden beschermd door Schumann draaikoepels; een gepantserde waarnemingskoepel op het dak van de westelijke kazerne zorgde voor de vuurleiding. Het geheel was omgeven door een brede prikkeldraadversperring die door mitrailleurvuur van uit kleine kazematten, ook verbonden met het tunnelsysteem, werd bestreken. Binnen de perimeter lagen loopgraven voor de infanterie.

Kazernes en batterij hadden bepantsering voor de ramen. In de intervallen tussen de forten lagen een aantal kazematten en infanterieonderkomens. Vanaf 1899 beschouwden de Duitsers Metz als een sterke positie die dienst kon doen als een draaipunt voor een Duitse invasie in Frankrijk. Deze strategie, die bekend staat als het Schlieffen-plan, vereiste dat de Mosel-Stellung een Franse opmars moest blokkeren terwijl de Duitse troepen mobiliseerden. In 1908 werd met de bouw van Koenigsmacker begonnen; bij jet uitbreken van de oolrog in 1914 was dexe nog niet voltooid. Het zag geen gevechtsacties in de Eerste Wereldoorlog omdat Thionville ver achter de frontlinie lag. Bij de Wapenstilstand van Compiègne in 1918 kwam Lotharingen weer bij Frankrijk en werd het fort Frans bezit. De drie forten bij Thionville werden bekend als de Versterkte Groep van Thionville.

Van 1899, bekeken de Duitsers Metz als een veilige positie die een anker voor een het draaien beweging in Frankrijk van de Lage Landen kon verstrekken. Deze strategie, die Plan Schlieffen genoemd geworden zou worden, vereiste dat Moselstellung een vooruitgang door Franse krachten in Lotharingen terwijl de Duitse gemobiliseerde krachten afschrikt. In het begin van 1908, was Koenigsmacker onvolledig bij de uitbarsting van oorlog in 1914. Het zag geen actie tijdens Wereldoorlog I, aangezien Thionville goed binnen Duitse lijnen voor de duur van de oorlog bleef. Met armistice Compiègne van 1918, werd Lotharingen teruggegeven aan Frankrijk en het fort werd Frans bezit.

De drie forten van Thionville werden genoemd geworden Versterkte Groep Thionville. In de jaren 30 van de vorige eeuw werd Koenigsmacker opgenomen in de Versterkte Sector Thionville, onderdeel van de Maginotlinie. Het deed dienst als commandopost en was backup voor de nieuw gebouwde Maginot ouvrages die halverwege Thionville en de Luxemburgse grens waren gebouwd. De korte 10cm kanonnen werden vervangen door langere modellen die uit de Festen bij Metz werden gehaald. De schootsafstand nam toe van 9.700m tot 12.700m. In 1940 was Koenigsmacker commandopost voor het 167ste Regiment Vestinginfanterie(RIF) dat in de Maginotlinie gelegerd was. Tijdens de slag om Frankrijk werd de sector Thionville met een omsingelende beweging door de Duitse troepen omtrokken, zodat er nauwelijks gevechtsacties waren.

Koenigsmacker overziet de kruising van de Moezel in Cattenom. Tijdens de Campagne van Lotharingen van Wereldoorlog II, de V.S. de 90ste Afdeling van de Infanterie kruiste de stromende Moezel vroeg op 9 November 1944. Een brand bij Koenigsmacker vernietigde vele materialen en kwelde de troepen, maar de elementen van het 358ste Regiment van de Infanterie bereikten de oostoever en infiltreerden het gebied van het fort vóór zonsopgang. Bij de eerste Amerikaanse aanval was het Duitse garnizoen, dat door het 74ste regiment van de 19de Afdeling Volksgrenadier wordt bemand, verrast maar de Duitse weerstand werd snel efficiënter. De Amerikaanse gevechtsingenieurs namen de aanval over, men gebruikten explosieven om openingen en ventilatieschachten te vernietigen of te verzegelen. De ingenieurs gebruikten een zodanige hoeveelheid explosieven, hier was men al snel doorheen en moesten door een bevoorrading via een luchtdropping worden bijgevuld. De 100 mm kanonnen van het fort konden niets doen tegen de nabije aanvallers. Door het vallen van de avond hadden de Amerikanen een gedeelte van de oppervlakte van het fort bezet.

De volgende ochtend, Company C van de 358th viel het zuiden aan, zij stuitte op een versterkte sloot. De Companie's A en B bezetten ondertussen de oppervlakte van het fort en gingen met aanvallen en demoliseerde het fort, terwijl het fort artillerie vuurde op Amerikaanse eenheden die het fort probeerde te bereiken. Op de elfde was veel van het fort onderdrukt, maar zijn kanonnen bleven vuren. Een hulppatrouille van 145 Duitsers die het fort proberen te beschermen liepen in een hinderlaag en werden gevangen genomen. Op de twaalfde werd door een aanval door G Company van de 358th het besluit genomen door het Duitse garnizoen om te evacueren. Eenmaal omsingeld, gaven de Duitsers zich over. Meer dan 300 Duitsers werden gevangengenomen en gedood, met 111 Amerikaanse slachtoffers.

Na de oorlog bleef de plaats militair bezit, maar werd niet gebruikt. Het fort wordt verlaten en gedeeltelijk gestripd. Een voorstel is gedaan om de plaats schoon te maken en het maken van wegen en een parkeerterrein in een park bij Fort d'Illange. De plaats blijft gevaarlijk en is niet open voor het publiek.

 

bron: Wikipedia.org

Vertaling: Hans Vermeulen