Fort Plappeville

Plappeville, Rue de la Taye aux Vaches 42 , Maginotlinie

.

 
>> Fotopagina <<
 

Een mooi en groot verlaten fort, dat bovenop een berg ligt in de bossen. Het is gebouwd tussen 1867 en 1898. In 1940 werd het bezet door de Duitsers en tot 1944 gebruikt als disciplinair kamp van de Wehrmacht. Het Duitse garnizoen werd in november 1944, omsingeld door elementen van de 379th Regiment van de U.S. 95th Infantry Division, sloeg diverse Amerikaanse aanvallen af, maar capituleerde uiteindelijk op 8 december 1944. Dit was 2 weken na de Duitse overgave van Metz. Het adres wat bovenaan staat is het laatste huis van het pad onderaan de berg. Als je dat pad afloopt moet je aan het eind recht omhoog de berg op om bij het fort uit te komen. In eerste instantie zijn we om de omheining heengelopen op zoek naar een ingang. We kwamen eerst bij de ingangspoort uit die je op de foto hierboven ziet, maar we hadden niet meteen gezien dat je gemakkelijk links-onder door het hek heen kon. Uiteindelijk gingen we terug naar deze poort, nadat we erachter kwamen dat er omheen lopen zeker 45 minuten zou duren. Zo groot is dit complex! Binnen is een grote binnenplaats, vanuit hier heb je een mooi overzicht over het terrein. Pas wel op! Want je mag eigenlijk niet op dit terrein komen. Overal hangen bordjes dat het Frans Militair terrein is met een artikelnr. van het strafrechtboek eronder, zoals wij deze ook in Nederland kennen. Het is echt niemandsland en kan me niet voorstellen dat hier gecontroleerd wordt. Maar het blijft eigen risico. Wij vonden dit Fort zeker de moeite waard om te bezoeken. Indrukwekkend is de grote apelplaats, en de grootte van de gebouwen op het complex. Hier een stuk historie van Fort Plappeville.

 
Fort Plappeville of Feste Alvensleben is een militaire versterking gelegen ten noordwesten van Metz in de gemeente Plappeville. Als onderdeel van de eerste verdedigingslinie rondom Metz is het een vroeg voorbeeld van het systeem van Séré de Rivières. Gedurende de Eerste Wereldoorlog waren er geen gevechtsactiviteiten; in 1944 was het fort het toneel van hevige gevechten tussen Amerikaanse troepen en de Duitse verdedigers aan het eind van de slag om Metz. Na de Tweede Wereldoorlog werd het fort  een trainingscentrum voor de Franse luchtmacht. Sinds 1955 is Fort Alvensleben verlaten. Fort Plappeville is een onderdeel van de eerste fortenring van Metz, die gebouwd is tijdens het “Second Empire” (tweede Keizerrijk) onder Napoleon III. De werkzaamheden van het fort begonnen in 1867.
   
Het was ontworpen door Raymond Adolphe Séré de Rivières die de supervisie had over de bouw van de fortificaties rond Metz.  Bij het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog in 1870  was het fort nog niet klaar. Het defensieve systeem zou tussen 1871 en 1898 door Duitse ingenieurs afgemaakt en verbeterd worden. De bewapening van het fort bestond uit ongeveer 100 kanonnen; het garnizoen omvatte 1.600 man. Het fort ligt halverwege een helling en beheerst de Moezelvallei. Vergelijkbaar met de fortificaties van Vauban heeft het fort een grachtensysteem om artillerievuur van korte afstand te weerstaan. Het fort lijkt op Fort Queuleu en Fort Saint-Julien die in dezelfde periode gebouwd zijn met een gebastioneerde grondvorm, die in de later gebouwde forten al snel in onbruik raakte. De kazernes verschillen met  die op Saint-Quentin en Queuleu en liggen onder het artillerieplatform of cavalier. De batterijen op het plateau van Plappeville, uitgerust met artilleriekoepels, completeren de verdediging van het hoofdfort. Twee van de belangrijkste batterijen hebben vier gepantserde draaikoepels met 15cm kanonnen. Een buskruitontploffing in 1871 veroorzaakte veel schade aan de kazernes en maakte een wederopbouw noodzakelijk. Gepantserde waarnemingskoepels werden in 1885 geplaatst. Tijdens de annexatie van Elzas-Lotharingen door Duitsland werd het fort hernoemd tot Feste Alvensleben en werd het een trainingskamp voor Pruisische officieren. Van 1914 tot 1918 deed het dienst als opvangkamp voor soldaten die van het front, vooral Verdun, terugkeerden. Zijn militaire uitrusting werd in overeenstemming met de eisen van die tijd gebracht. In november 1918 werd het opnieuw bezet door het Franse leger. Na de wapenstilstand in 1940 werd het fort bezet door Duitse troepen.


Op 7 september inspecteerde Heinrich Himmler de Eerste SS divisie (Leibstandarte Adolf Hitler) op de place d’armes van het fort (zie foto). Dit was ter gelegenheid van de overhandiging van een vaandel aan de SS formatie die georganiseerd was voor het bezoek van de Reichsführer aan Metz op verzoek van generaal Sepp Dietrich. Net als Fort Mont Saint-Quentin, Fort Driant en Fort Jeanne d’Arc werd Fort Plappeville voor het eerst in gevechten betrokken tussen september en november 1944 tijdens de slag om Metz.  Fort Plappeville, geplaatst onder het bevel van de kolonel der artillerie Vogel en Fort Mont Saint-Quentin, dat gecommandeerd werd door kolonel van Stossel, ondersteunden elkaar wederzijds met artillerievuur en vertraagden de VS opmars door de Moezelvallei ten westen van Metz.

Gedurende de slag om Metz boden de goed gepositioneerde forten taaie weerstand tegen de Amerikaanse artillerie aanvallen, in het bijzonder die met brandveroorzakende wapens. De forten vielen pas na een serie hevige aanvallen. Hoewel omsingeld door de Amerikaanse 95ste Infanteriedivisie sloeg Plappeville een aantal aanvallen af. Kolonel Vogel vroeg om een korte wapenstilstand om zijn gewonden af te voeren, maar weigerde zich over te geven. Pas op 8 december 1944, twee weken na de overgave van de Duitse troepen in Metz, gaf de bezetting 200 man in Fort Plappeville zich over aan de Amerikaanse 5de Infanteriedivisie. Na de Tweede Wereldoorlog ging het fort in 1949 over in handen van de Franse luchtmacht, die het gebruikte als militair instructiecentrum voor de nieuwe rekruten van de luchtmachtbasis Metz-Frescaty.
Sinds 1995 is het verlaten en heeft het veel te lijden van vandalisme.

bron: Wikipedia.org

Vertaling: Hans Vermeulen